Mens zijn

Vrouw & Aarde

Voor mij betekent “mens zijn” onderdeel zijn van het alomvattende bewustzijn, namelijk een deel van dit alomvattende bewustzijn dat is geïncarneerd in een menselijk lichaam op de planeet Aarde.
Dit houdt in:

  • We hebben een fysiek lichaam, in plaats van dat we een fysiek lichaam zijn en verder niks.
  • We kunnen emoties ervaren en we hebben een verstand om dingen mee te analyseren.
  • We kunnen ons lichaam ervaren als onze eigen fysieke materie EN we kunnen ons bewust worden van meer verfijnde bewustzijnsfrequenties terwijl we in dit lichaam leven. We kunnen deze frequenties integreren in ons dagelijks leven.
  • We kunnen daarmee ook onszelf ervaren als het specifieke deel van het bewustzijn dat je als “de ziel” of ons “Universele Zelf” kunt aanduiden: “ik” ben niet alleen mijn lichaam, maar het bewustzijnsdeeltje dat is geïncarneerd in de materie van mijn fysieke lichaam. Tegelijkertijd is dat deeltje verbonden met alle andere delen van het alomvattende bewustzijn. We zijn op die manier “belichaamd bewustzijn”. (Zie hieronder voor het “Persoonlijke Zelf” of “ego”).
  • Datzelfde geldt niet alleen voor mensen, maar voor al het leven om ons heen. Dit betekent dat alle levensvormen om ons heen – inclusief andere mensen, andere diersoorten, planten, mineralen, de Aarde zelf, andere planeten – weliswaar van ons gescheiden lijken te zijn, maar in werkelijkheid (helemaal teruggeleid tot de essentie van bewustzijn) niet van ons gescheiden zijn.
    Het idee van afgesneden zijn van alles om je heen is een krachtige illusie die ons vervreemdt van onze ziel, en die ons is aangeleerd in de afgelopen duizenden jaren van patriarchale en culturele conditionering.
    Naarmate je je bewust wordt en gewend raakt aan meer en meer verfijnde frequenties van bewustzijn, valt deze illusie weg en ervaar je dat jijzelf EN alles om je heen uit dezelfde Bron van bewustzijn komen. Dan ervaar je verbinding met alles en iedereen, in plaats van isolatie. Alles komt immers voort uit bewustzijn; alles is bewustzijn.
  • Dit is wat bijvoorbeeld het sjamanisme en de mystieke leer (‘mysticism’) onderwijzen. In het sjamanisme wordt de Bron vaak aangeduid als ‘Spirit’ of ‘Great Spirit’.
  • Dit alles betekent overigens ook dat de dood een transitie is, en geen definitief einde. Het Universele Zelf verlaat het lichaam van deze incarnatie en keert terug naar die Bron. Later kan het weer incarneren in een volgend lichaam voor een nieuwe ronde aan ervaringen.
    Als je dit eenmaal zo ervaart en begrijpt, dan kan rouwen om de dood van geliefden nog steeds pijnlijk zijn en kun je hen alsnog heel erg missen in het dagelijks leven. Maar dan weet je in ieder geval dat zij na het verlaten van hun lichaam de balans van het leven opmaken (Welke ervaringen wilde mijn ziel in dit leven opdoen, en wat heb ik ervan gebakken?) en gewoon hun zielspad vervolgen. Voor mij persoonlijk is het heel fijn om te voelen dat dit klopt.

Ik zie mezelf dus als een ziel met een menselijk lichaam, en voor mij is het belangrijk om binnenin mezelf de verbinding met mijn ziel te voelen. Het is een lastig maar waardevol proces geweest om dit te kunnen voelen. Net als ieder ander moest ik daarvoor de nodige angst en onverwerkte emotie doorploegen – terwijl mijn hoofd me steeds weer probeerde af te leiden, vanuit het idee dat het mij moest tegenhouden om mij (nog steeds) tegen die oude pijn te beschermen. Wat ik vroeger niet aankon en wegdrukte, kan ik nu wel aan. Naarmate ik meer verwerkte, werd ik me meer bewust van het gegeven dat het eigenlijk mijn ziel is die de teugels van mijn leven in handen heeft – en werd het makkelijker om de weerstand daartegen los te laten.

Vanuit mijn Universele Zelf (de onsterfelijke, op verschillende plekken incarnerende ziel) kan ik niet anders dan de verbinding met al het andere erkennen. Als de ‘individuele fysieke belichaming van een ziel’ ben ik een deel van een ruimer bewustzijnsveld — net zoals alle mensen, de planten, de bomen en de dieren, de Aarde zelf, de sterrenstelsels en planeten, andere belichamingen van delen van dat alomvattende bewustzijn zijn. Via de ‘omweg’ van dit universele bewustzijnsveld is al het andere dus met mijn ziel en met mijn lichaam hier op Aarde verbonden.
Mijn academisch getrainde verstand snapt hier helemaal niets van, want dit is niet via het rationele verstand te begrijpen. Gelukkig is een mens veel meer dan het verstand, want dit is alleen op andere manieren te ervaren.

Bewustzijnsontwikkeling

  • Zoals hierboven benoemd zijn we dus ons ‘Universele Zelf’ (onze ziel) en hebben we het lichaam waarin we in dit leven geboren zijn.
  • Ons fysieke lichaam komt niet ter wereld als een leeg vat waar we vervolgens allerlei ervaringen in gaan gieten. In ons lichaam is al van alles verweven, zoals voorouderlijke patronen (bijv. de angst om te verhongeren, als je afstamt van een volk dat een intense hongersnood heeft meegemaakt) en patronen ten gevolge van pijnlijke ervaringen die jouw ziel in andere levens heeft meegemaakt (bijv. de angst om verraden en veroordeeld te worden, als je in vorige levens bent verbrand of opgehangen omdat je helderziend was of mensen kon helpen met jouw kennis van kruiden).
  • Vervolgens lijkt het erop dat de opvoeding van onze familie en de culturele conditionering van onze omgeving er nog eens overheen komt (dit lijkt zo te zijn, maar zie even verderop). Aangezien tot op dit moment weinig ouders verlichte mensen zijn, is onze opvoeding een overlevingsslag. Iedereen doet in zijn jeugd traumatische ervaringen op die haar/zijn beleving van de wereld kleuren. Ook dit leidt tot de vorming van overlevingspatronen; dingen die we doen om liefde te ontvangen of om niet afgewezen te worden, en dingen die we juist niet doen terwijl we ze van binnenuit wel graag zouden willen doen.
  • Al die oude en nieuwe overlevingspatronen vormen ons “Persoonlijke Zelf” of “ego”. De functie hiervan is om ons te beschermen en in leven te houden. Daar mogen we dankbaar voor zijn.

  • En dan …
    komt er een moment waarop je het gevoel krijgt dat er meer in het leven is. Je gaat merken dat die overlevingspatronen jou in de weg zijn gaan zitten, en dat ze jou belemmeren om te doen wat je het liefst zou willen doen. Of je voelt een verlangen om te ervaren wie je bent als je vrij zou zijn van alle beperkende patronen.
  • Wie niet meer vanuit onbewuste overlevingspatronen maar vanuit het Universele Zelf wil leven, kiest voor bewustzijnsontwikkeling: het liefdevol ontmantelen van het Persoonlijke Zelf, zodat je meer en meer bezieling kunt voelen, en meer en meer vanuit je ziel kunt leven.
  • Dit kun je op allerlei manieren doen; jouw ziel zorgt er wel voor dat jij een vorm tegenkomt die bij jouw levenspad past.
  • En dan …
    kom je er op een gegeven moment achter dat het jouw Universele Zelf is die jouw leven en jouw lichaam vormgeeft.
    Om precies te zijn: jouw Universele Zelf kiest nauwkeurig de beginsituatie en omstandigheden voor jouw leven, zodanig dat die de al aanwezige patronen versterken. Waarom? Zodat je de kern van die patronen kunt gaan herkennen; die kern is een bepaalde polariteit die in verschillende vormen terugkeert. Bijvoorbeeld: je hebt een bazige vader, een dominante echtgenoot en een treiterende collega op jouw werk. De kern van al die relaties is dat iemand anders de rol van ‘een tiran’ speelt en dat jij de rol van ‘een slachtoffer’ speelt. Als je daar eenmaal genoeg van hebt, kun je ervoor kiezen om met liefdevolle ogen naar de situatie te kijken: tirannen/ daders en slachtoffers lijden namelijk dezelfde pijn.
  • Zo co-creëert jouw ziel in jouw leven allerlei ‘nare’ situaties met andere zielen:
    (1) totdat je gaandeweg leert dat je, in plaats van onbewust volgens een bekend patroon te reageren, een liefdevollere keuze kunt maken. Daardoor los je het patroon gaandeweg op (in eerste instantie zonder je daarvan bewust te zijn).
    (2) of totdat je je bewust wordt van dergelijke patronen, en er bewust voor gaat kiezen om ze op te lossen.
  • De ene optie is niet beter of slechter dan de andere (!).
  • De tweede optie gaat wel veeeel sneller. Het vraagt van je dat je heel eerlijk naar jezelf kijkt, en er niet voor terugschrikt om pijnlijke, verdrietige, angstige, ‘erge’ of ‘foute’ dingen in jezelf onder ogen te zien.
    Als je dit eenmaal durft, kun je zelfs gaan genieten van het proces van bewustzijnsontwikkeling, ondanks al die ‘nare’ dingen die je onder ogen gaat zien. Achter elke ervaring die je eerst liever niet wilde zien (die je dus liever in je onbewustzijn wilde laten), gaat namelijk meer ruimte en meer liefde schuil. Ik vind het iedere keer een groot geschenk om dat te ervaren.